U bent hier: Home / Tentoonstellingen / Huidige tentoonstellingen / EXPO BIS - ELIE BORGRAVE. Het evenwicht van de tegenstellingen

EXPO BIS - ELIE BORGRAVE. Het evenwicht van de tegenstellingen

Elie Borgrave. Het evenwicht van de tegenstellingen

Elie Borgrave. Het evenwicht van tegenpolen is de eerste retrospectieve tentoonstelling van een kunstenaar wiens werk volledig aan de abstractie is gewijd. Aan de hand van een veertigtal schilderijen en tekeningen, ontstaan tussen ca. 1940 en 1990, maken we kennis met een apart, maar onvoldoende bekend werk uit de abstracte kunst na 1945. Verschillende archiefstukken en oude foto’s laten ons zien wie de mens achter de kunstenaar was. Deze opmerkelijke documenten gunnen de bezoeker ook een kijkje binnen de muren van zijn atelier. De tentoonstelling volgt de chronologische fasen uit het leven van de kunstenaar (1905-1992).

Brusselse periode (1946-1948): abstractie geïnspireerd door het kubisme

Alles begint in 1946 in Brussel, waar Borgrave zijn eerste schilderijen tentoonstelt in Galerie Louis Manteau. De galerie diende als springplank voor jonge abstracte kunstenaars als Mig Quinet. Hoewel Borgrave op beeldend vlak verwant was met de Jonge Belgische schilderkunst, hield hij zich op een afstand van zijn collega’s. In 1948 vertrok hij naar de Verenigde Staten, omdat hij ervan overtuigd was dat de toekomst van de moderne kunst zich op Amerikaanse bodem zou afspelen.

Amerikaanse periode (1948-1955): een Europese benadering van de abstracte schilderkunst

De kunstenaar kwam in 1948 in de Verenigde Staten aan. Aanvankelijk nam hij deel aan verschillende groepstentoonstellingen, maar in januari 1955 kreeg hij een eerste persoonlijke tentoonstelling in de Stable Gallery in New York, waar kunstenaars als Rauschenberg, Pollock, Twombly en vele anderen hun nieuwe doeken voorstelden. Anders dan zij bleef Borgrave gehecht aan een Europese opvatting over de abstracte kunst. Zijn zin voor compositie had wortels in het kubisme van Picasso, terwijl zijn omgang met de kleur historisch voortsproot uit het fauvisme. Net als Kandinsky beschouwde Borgrave het schilderij als een poëtische verruiming van de wereld.

Tot nog toe kwam de zoektocht naar de perfectie in mijn oeuvre vooral aan bod via de expressie of de emotie. De voorbije jaren streefde ik ernaar de kruisbestuiving tussen beide in mijn werk aan bod te laten komen. De filosofische conclusies moeten nog uitgestippeld, getekend worden.

In Italië (1955-1958): matiërisme

In 1955 keerde Borgrave naar Europa terug. Hij vestigde zich in Italië, in de buurt van Napels. Het internationale esthetische klimaat was voortaan gericht op de beeldende materie. In het begin van de jaren 1960 interesseerden vele kunstenaars zich voor de relatie tussen de gekozen vormentaal en de materie waaruit het werk werd gemaakt. Bij de Belgische kunstenaars uitte dit matiërisme zich vooral op het vlak van het pigment, en in dit opzicht leverde Borgrave een belangrijke bijdrage. Zoals Serge Vandercam, Bram Bogart, Antoine Mortier, Mig Quinet en vele anderen bleef Borgrave innig verknocht aan de schilderkunst, dit in tegenstelling tot de situatie in Frankrijk  (Dubuffet), Italië (Burri) of Spanje (Tapiès), waar het matiërisme putte uit heterogene, soms onbeduidende materialen, wat leidde tot een tegencultuur die haar hoogtepunt zou bereiken met de gebeurtenissen van Mei 68. Borgrave zelf zou die weg, die afstand nam van de schilderkunst, niet volgen. Zijn picturale benadering van het matiërisme is gebaseerd op de beheersing van het beeldende gebaar en op het Europese principe van de compositie. Borgrave werkt een terugkerend schema uit, dat uitgaat van een middelpuntvliedende beweging: de toeschouwer heeft de indruk dat de vormen zich van de kern verwijderen en reiken naar de grenzen van het doek.

De lijn is niet langer, zoals dat geldt voor de klassieke geometrie, de verschijning van een figuur tegen een lege achtergrond; ze is, zoals in de gematigde geometrie, beperking, afscheiding, modulering van de ruimtelijkheid.

Hollandse periode (vanaf 1962): het teken, tussen kinetische kunst en minimalisme

Van 1958 tot 1962 woonde Borgrave in de buurt van Parijs. Hij keerde even naar Brussel terug en vestigde zich vanaf 1962 voorgoed in het Nederlandse Zuidzande, niet ver van Knokke-Het Zoute. Het begin van de jaren 1960 was een overgangsperiode. Op persoonlijk vlak trad voor de kunstenaar een nieuw tijdperk aan. In 1963 wijdde het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel een individuele tentoonstelling aan zijn werk, waardoor zijn carrière een nieuw elan kreeg. Verschillende Belgische en Nederlandse galeries volgden. Borgrave liet het matiërisme varen en ging zich steeds meer op het teken richten. Aanvankelijk interesseerde hij zich vooral voor de cirkel. De werken uit deze periode vallen op door het gebaar, nodig om de cirkel te trekken: het verhaal ervan is het verhaal van zijn wording, zijn vervaardiging. Ook de notie van de duur speelt een rol in de totstandkoming van het schilderij. De effecten van de materie worden geleidelijk aan achterwege gelaten, en naar het voorbeeld van Paul Klee gaat Borgrave zijn formaten wijzigen: voortaan geeft hij de voorkeur aan een horizontale drager, die beter geschikt is om het verloop van de tijd weer te geven. Hiertoe gaat hij op zoek naar kinetische effecten, die bereikt worden door verticale stroken toe te voegen, wat doet denken aan het onderzoek dat een kunstenaar als Walter Leblanc op hetzelfde moment voert. Waar Leblanc nieuwe expressiemiddelen zocht, bleef Borgrave echter trouw aan de schilderkunst. In de loop van de jaren 1970 maakte hij steeds meer doeken bestaand uit twee verstrengelde geometrische tekens, die bij de toeschouwer een indruk wekken van visueel evenwicht, gegrondvest op de complementariteit van de tegengestelden. Aan de basis van Borgraves schilderkunst ligt de belangstelling voor de Oosterse filosofie: met picturale middelen streeft de kunstenaar ernaar de volheid van de zenspiritualiteit tot uiting te brengen.

Orde, evenwicht, harmonie: symbolen van vrede: dat heb ik tot uiting willen brengen in een sobere beeldende taal, die mogelijk met een bepaalde vorm van boeddhisme verwant is.

 

Chronologie

1905 Geboorte van Elie de Borchgrave d’Altena in Brussel.
1938  Nadat Borgrave op een tentoonstelling kennismaakt met het kubisme, besluit hij zich, als autodidact, uitsluitend aan de schilderkunst te wijden. Hij wordt gedemobiseerd tijdens de Tweede Wereldoorlog en gaat in het Verenigd Koninkrijk wonen. In 1942 begint hij opnieuw te schilderen.
1946 Eerste deelname aan een tentoonstelling in de Brusselse Galerie Louis Manteau.
1948  Borgrave vertrekt naar de VS. Hij vestigt zich in de haven van Stonington, op 150 kilometer afstand van New York. Neemt deel aan verschillende groepstentoonstellingen.
1955  Eerste individuele tentoonstelling van Borgrave in de Stable Gallery, New York. Datzelfde jaar keert hij naar Europa terug. De kunstenaar gaat in de buurt van Napels wonen, maar stelt in Rome tentoon, in de Galleria Nazionale d’Arte Moderna, waar hij matiëristische schilderijen exposeert.
1963  Borgrave woont van 1958 tot 1962 in de regio Parijs, maar vestigt zich in 1963 in het Nederlandse Zuidzande, bij Knokke-Het Zoute. Dankzij een tentoonstelling in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten krijgt zijn carrière een nieuwe impuls. Voortaan bekleedt het teken, met name de cirkel en het kruis, een belangrijke plaats in zijn werk.
1969  Nieuwe tentoonstelling in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten, daarna in het Museum Dhondt-Dhaenens. Het teken krijgt voortaan een kinetische uitwerking. Op andere schilderijen beeldt Borgrave twee in elkaar verstrengelde tekens af, die bij de toeschouwer een visuele indruk wekken van een evenwichtige complementariteit van de tegengestelden.
1989  Borgrave keert terug naar Brussel. Hij overlijdt er in 1992.

 

Tentoonstellingscurator

Denis Laoureux is tentoonstellingscurator en hoogleraar kunstgeschiedenis aan de ULB, verantwoordelijk voor de cursussen moderne en hedendaagse kunst.

 

Parallel aan de tentoonstelling, publicatie van:

Elie Borgrave is het eerste overzichtswerk over een kunstenaar wiens oeuvre volledig aan de abstractie was gewijd. Aan de hand van bijna 150 schilderijen en tekeningen, ontstaan tussen ca. 1940 en 1990, (her-)ontdekken we een werk dat inspiratie put uit de dynamiek der tegenstellingen: de chaos van het lijnenspel tegenover de sereniteit van de kleurvlakken, een gevarieerd palet tegenover het verlangen naar monochromie, ritmische effecten tegenover een gestolde tijd… In het boek zijn ook documenten opgenomen waarin de loopbaan van de kunstenaar wordt belicht, die in 1946 aanving in Brussel en werd voortgezet in de Verenigde Staten. In New York werd Borgrave opgemerkt door de Stable Gallery, waar hij in 1955 zijn abstract expressionistische doeken tentoonstelde. In 1962 vestigde de kunstenaar zich in België, waar hij zijn verkenning van de abstracte schildertaal voortzette. Zo slaagde hij erin de zen-spiritualiteit helemaal in zijn beeldtaal tot uiting te laten komen. Een boek voor liefhebbers van de abstracte kunst en voor al wie op zoek is naar nieuwe ontdekkingen.

Denis Laoureux en Anthony Spiegeler
Elie Borgrave
Uitgeverij Snoeck
Paperback
248 x 280 mm
224 pagina’s, 180 afbeeldingen
Frans
28€
ISBN: 978-94-6161-380-6

 

Gratis vernissage: woensdag 14 juni, 18:30 > 21:00.
Parking Tulp en pendeldienst naar het Museum (gratis). Parking Flagey Bereikbaar (betalend).
 

Document acties