U bent hier: Home / Tentoonstellingen / Huidige tentoonstellingen / EXPO BIS - Eerbetoon aan JEAN COQUELET

EXPO BIS - Eerbetoon aan JEAN COQUELET

Eerbetoon aan JEAN COQUELET

Jean Coquelet was geboren in Brussel de 3 januari 1928. Hij was conservator van het Museum van Elsene van 1957 tot 1988 en oefeningsleider op de ULB (Universté Libre de Bruxelles) van 1962 tot 1977.

Jean Coquelet heeft één van de mooiste hoofdstukken uit de geschiedenis van het Museum van Elsene geschreven. Hij heeft het museum ingrijpend gemoderniseerd en heeft het een plaats weten te geven tussen de voornaamste musea van België.

Als kunsthistoricus met een vlijmscherpe blik heeft hij belangrijke werken uit de Belgische en internationale kunstgeschiedenis binnengebracht in de collecties van het Museum van Elsene (De gelukkige schenker van Magritte in 1966, legaten van Max Janlet in 1977…) en heeft hij verschillende grootschalige tentoonstellingen georganiseerd die hun tijd vooruit waren, of miskende kunstenaars weer onder de aandacht gebracht: René Magritte (1959), Léon Spilliaert (1961), Je-Nous (1975), Victor Servranckx (1965), Oscar Jespers (1966), Paul Delvaux (1967), Félicien Rops (1969), Toulouse Lautrec (1973), Stichting Maeght (1975), De collectie Thyssen-Bornemisza (1977), Het Spitzner museum (1975), Alfons Mucha (1984)…

Hij is overleden in Brussel op 8 oktober 2015.

Jean Coquelet (Brussel, 1928-2015) kende een vrij uitzonderlijke artistieke loopbaan. Zijn fotografische werk, dat tegenwoordig grote bekendheid geniet, bleef lange tijd onderbelicht. Het publiek kan nu met die foto’s kennismaken in het Museum van Elsene, waar Coquelet van 1957 tot 1988 conservator was. De hedendaagse kunsttentoonstellingen die hij er organiseerde bezorgden Brussel, dat toen – in tegenstelling tot vandaag – nog niet over een museum voor hedendaagse kunst beschikte, een buitengewone faam. Uit liefde voor de kunst studeerde hij kunstgeschiedenis (1953, licentie aan de ULB), nadat hij aanvankelijk een opleiding beeldhouwen had gevolgd aan de Brusselse Academie voor Schone Kunsten (naar verluidt heeft hij zijn eerste werken vernietigd). Later begon hij de fotografie te beoefenen als autodidact – wat toentertijd in deze discipline schering en inslag was. Net als hij combineerden ook twee van zijn tijdgenoten en vrienden het kunstenaarschap met een baan als conservator, wat toch een vrij zeldzame combinatie was: Ignace Vandevivere was een beeldhouwer die kunstgeschiedenis doceerde aan de universiteit van Louvain-la-Neuve, waar hij zijn museum oprichtte. Voorts was er Jan Hoet, eveneens beeldhouwer tijdens zijn jeugd, die een grote voorvechter was van de actuele kunst en die in Gent het Smak - Museum voor Actuele Kunst heeft opgericht.

In 1989, nadat Jean Coquelet als conservator was afgetreden en nadat hij zes jaar eerder een eerste tentoonstelling in een galerie in het Italiaanse Como had gekregen, organiseerde zijn opvolgster Nicole d’Huart in het Museum van Elsene een fototentoonstelling van zijn werk. In de catalogus die naar aanleiding hiervan verscheen werd als voorwoord de lange, erg interessante brief opgenomen die Gio Pomodoro, een bevriend Italiaans beeldhouwer aan Jean Coquelet had geschreven. Pomodoro vestigde er de aandacht op het bijzondere gevoel van aanwezigheid/afwezigheid dat de vrouwelijke naakten van Coquelets foto’s toen al uitstraalden. Meteen had hij ook oog voor de metaforische kracht die ervan uitging. Zo schreef hij: Deze beelden behoren niet tot de courante massacultuur, en evenmin maken ze deel uit van de markt van het naakt. En hij vervolgde: Zoals je landgenoot Magritte ons heeft geleerd, gaat het hier niet om naaktfoto’s, hoe absurd dat ook mag klinken.

De sensuele bekoring die uitgaat van het vrouwelijke lichaam en ongetwijfeld een inspiratiebron heeft betekend, wordt hier overstegen: de kunstenaar-beeldhouwer-fotograaf wil in de eerste plaats – en mogelijk onbewust – formele analogieën tot stand brengen die nu eens aan golvende landschappen doen denken, dan weer aan haut-reliëfs (zijn licentiaatsscriptie uit 1953 had als onderwerp: De techniek van de Griekse beeldhouwers uit de Vde eeuw voor Christus).

Hoewel zijn foto’s een sensuele dimensie behouden (Ik kleed de Vrouw uit: een wondermooi programma dat ik met onschuldige onkiese beelden probeer te realiseren, bekende de kunstenaar tijdens zijn tentoonstelling Gymnogynies – Vrouwelijke naakten – in Milaan en Ferrara in 1993), ligt Jean Coquelets originaliteit erin dat hij, aan de hand van een anatomische schikking en zijn keuze voor close-ups, zaken heeft uitgevonden die op ontologisch vlak het traditionele vrouwelijke naakt overstijgen. Zo kunnen de rondingen van een achterwerk doen denken aan een duin in de woestijn, een borst aan een maanlandschap, de vouw tussen twee benen aan zuilen van een Griekse tempel, een onder een buik gevouwen knie aan de beelden van Brancusi of Moore. Kortom, de metaforische kracht van Jean Coquelets beelden laat zijn vrouwelijke naakten de gedaante aannemen van ontroerende kalligrafieën en zuiver klassieke bouwwerken.

Van de metafoor naar de mythe is het slechts een kleine stap. Wellicht was dat hetgeen ook Pomodoro bedoelde, toen hij zijn vriend schreef: Op mij komen deze beelden over als de naglans van de verloren, verdwenen wereld van de mythe. Datzelfde jaar voegde kunstcriticus Jacques Meuris daar het volgende aan toe: Coquelet is wars van elke verhullend esoterisme en van iedere te openlijke erotiek. Hij speelt een spel met de tweeledige gevoelens, die van nature uitgaan van naakte lichamen en van de vormgeving die door de foto wordt gesuggereerd. Ook Jean Coquelets fototentoonstellingen uit de jaren 1990 – in Italië (Sesto Fiorentino, Milaan, Ferrara) waar hij vaak verbleef, en in België (Verviers, Gent, Antwerpen, Brussel) Anvers, Bruxelles) – werden uitermate positief ontvangen door de kritiek. Zo eindigde Karin Adler haar voorwoord voor de Antwerpse tentoonstelling uit 1997 met deze humoristische noot: Coquelet heeft zich het lichaam van de vrouw toegeëigend. Hij heeft haar tot zijn koninkrijk gemaakt, tot zijn religie zelfs. Als hij ooit weer in God zou geloven, dan zou Hij de trekken van een vrouw hebben…

Serge Goyens de Heusch

 

Gratis vernissage: woensdag 14 juni, 18:30 > 21:00.
Parking Tulp en pendeldienst naar het Museum (gratis). Parking Flagey Bereikbaar (betalend).

Document acties